Liften komen in een groot aantal uitvoeringsvormen voor. Afhankelijk van het doel, de bouwkundige mogelijkheden en de aard van het gebruik wordt in nauwe samenwerking met de liftleverancier een lift in een bouwproject gekozen en verwerkt. In deze themapagina worden naast de hydraulische lift, tractielift, brandweerlift, schaarlift, platformlift en de autolift ook basisprincipes over de liftschacht, liftput, liftsnelheid, liftdeuren, machinekamers en de veiligheidinstallaties toegelicht.
Hydrauliek
Als een lift een hoge belasting, zoals goederen, moet
verplaatsen wordt vaak een hydraulische lift toegepast. De
hydraulische lift heeft over het algemeen, naast het grote
hefvermogen, een kleine hefhoogte en een lage snelheid. Dat komt
omdat een hydraulische lift werkt met een plunjer in een cilinder.
De plunjer beweegt in de cilinder onder invloed van vloeistofdruk.
Voor de opwaartse beweging wordt onder de plunjer olie geperst door
middel van een elektrisch gedreven pomp, de olie daarvoor komt uit
een oliereservoir. Om de plunjer te laten dalen, vloeit de olie
terug in het reservoir. De vloeistofpomp draagt hierbij het gewicht
van de kooi. Het extra vermogen dat hierbij van de motor gevraagd
wordt licht bij een vergelijkbare capaciteit van een tractielift
met gemak vier keer zo hoog.
Snelheid
De begrensde lage snelheid is het gevolg van de vloeistof. Bij te
hoge snelheid gaat de vloeistof ruisen in de toch al nauw bemeten
leidingen en ventielen, waardoor geluidsoverlast ontstaat. Daarbij,
als de vloeistof te snel samengeperst wordt, warmt het door
wrijving te snel op. Als de toegestane maximum temperatuur wordt
overschreden moet of het reservoir groter worden of moet er extra
oliekoelers geplaatst worden. Beide verhogen de investeringskosten
aanzienlijk.
Voorheen werd er een enkelvoudige plunjers in een enkelvoudige
cilinder toegepast waarbij de inbouwdiepte een belangrijk
ontwerppunt was. Tegenwoordig worden er ook telescopische plunjers
in een enkelvoudige cilinder toegepast, waardoor er minder
inbouwdiepte mogelijk is en er tegelijkertijd een grotere hoogte
bereikt kan worden.
Rugzaklift
De plunjer kan onder de liftkooi worden geplaatst, maar het kan er
ook achter gezet worden. Dit laatste type indirect hydraulische
lift wordt met een extra hefkabel uitgevoerd waarmee de hefhoogte
vergroot kan worden. De indirect hydraulische lift staat ook
wel bekend als de rugzaklift.
Tractie
Met tractieliften kunnen zeer grote hoogten en snelheden bereikt
worden. Bij de tractieliften hangt de liftkooi aan kabels of riemen
en wordt door middel van deze kabels of riemen omhooggetrokken of
gevierd. De liftmachine bestaat uit elektronische draaimotoren en
tractieschijven. De kabels of riemen lopen over deze schijf, elk in
een groef. Vandaar dat een willekeurig aantal parallel lopende
kabels gebruikt kunnen worden. Als het gewicht van de liftkooi
inclusief belasting altijd gelijk zou blijven, met daar tegenover
het contragewicht, zouden de draaimotoren alleen met de wrijving te
maken hebben. Maar aangezien de kooibelasting veranderlijk is,
hebben de draaimotoren extra vermogen nodig om het gewichtverschil
tussen kooi en contragewicht te overbruggen.
Klassiek versus conventioneel
De ‘klassieke’ tractielift is de variant met een aparte
machinekamer. Die komt vooral bij hoge gebouwen voor.
Panoramaliften zijn ook vaak tractieliften die met machinekamer
worden opgelost, om de techniek zoveel mogelijk weg te werken als
de liftkooi van glas is ontworpen. Als een tractielift indirect
wordt aangedreven wordt ook hier gesproken van een
rugzaklift.
De machinekamerloze tractielift, oftewel de ‘conventionele’
tractielift, wordt standaard toegepast in woongebouwen. Alle
voorzieningen passen binnen de afmetingen van de liftschacht. Dat
betekent wel dat er boven de lift altijd met een uitloop rekening
gehouden worden, waarbij personen bovenop de kooi moeten kunnen
staan om onderhoud te plegen aan de liftmachine. Deze uitloop
past niet binnen de standaard verdiepingshoogte.
Magneten
‘Klassiek’ en ‘conventioneel’ kunnen trouwens met een knipoog
benaderd worden, aangezien de technische ontwikkelingen van kabels
naar riemen, van machines met conventionele overbrenging naar
magnetische overbrenging, van conventionele inspectie naar
permanente controle een enorme vlucht nemen.
Toepassing
De brandweerlift is de lift die voor de brandweer toegankelijk is.
Tijdens het ontwerp van het gebouw wordt de brandweer betrokken om
de lift bij de aanvalsroute bij brand te verwerken. Als een
verblijfsgebied zich 20 meter boven peil bevindt moet er een
brandweerlift in het gebouw worden opgenomen. Het aantal
brandweerliften is afhankelijk van de grootte van het
verblijfsgebied en de brandcompartimenten waarin de
verblijfsgebieden en de brandweerliften vallen. Onder 20
meter wordt ook geëist dat een brandweerlift wordt toegepast,
als er zich in het verblijfsgebied minder zelfredzame mensen
bevinden, of als het woonoppervlak groter is dan 500
m2.
Afmetingen
De afmeting van de brandweerlift zelf is ook aan voorschriften
gebonden. De kooiafmetingen moeten minimaal 1,05 x 1,35 meter
zijn, met een minimaal hefvermogen van 630 kg. Als
de brandweerlift altijd toegankelijk is en
voor evacuatie wordt gebruikt, moet het hefvermogen minimaal
1000 kg zijn, met minimale kooiafmetingen van 1,05 x 2,05
meter.
Voorzieningen
Daarnaast moet de brandweerlift altijd blijven
functioneren, ook bij brand en tijdens het blussen. Aparte
(nood)stroomvoorzieningen moeten de functie garanderen. Voor als
brandweerlieden tijdens het gebruik van de brandweerlift toch
opgesloten raken, moet er evacuatie mogelijk zijn door middel van
ladders en luiken. De snelheid van de lift is ook van belang, het
hoogste niveau van het gebouw moet met deze lift binnen 1 minuut
bereikt zijn.
In de liftschacht zelf worden nabij de schachtdeuren bevestigingspunten als bouwkundige voorzieningen voor bevrijdingsmiddelen aangebracht.
Meer gedetailleerde informatie omtrent de eisen aan brandweerliften wordt gegeven in artikel 2.184 van het Bouwbesluit en NEN-EN 81-72.
Schaarliften
Het principe van schaarliften berust op de gekoppelde helften van
een schaar, met het rotatiepunt in het midden. Als aan de voet deze
helften naar elkaar toe worden gebracht, stijgt het bovenste punt.
Die voet kan elektrisch in een geleider worden aangestuurd, maar
ook hydraulisch worden aangedreven. Om grotere hoogten te bereiken
worden meerdere scharen aan elkaar gekoppeld. Om de scharen tussen
de eerste en de laatste in beweging te krijgen, worden daar
hydraulische kokers in geplaatst.
Schaarliften komen voor als hoogwerkers, platformliften, goederenheffers.
Platformliften
De constructie van platformliften is vaak die van een schaarlift,
of een mastlift met een groot platform. Een platformlift
onderscheid zich in bediening en snelheid van normale liften. De
bediening wordt vaak uitgevoerd met de zogenaamde
vasthoudbesturing, waarbij een knop of sleutel constant
vastgehouden moet worden om de lift te laten bewegen, dit in
tegenstelling tot de overnamebesturing. Sinds de nieuwe
Machinerichtlijn 2006/42/EC van kracht is, worden er nadere eisen
zijn gesteld aan platformliften met overnamebesturing. In deze
Machinerichtlijn 2006/42/EC wordt vereist dat, wanneer men het
platform met overnamebesturing bediend, het platform uitgevoerd
moet worden als een rondom gesloten cabine met cabinedeur. Het
tweede grote verschil is de snelheid, een platformlift gaat
langzamer dan een lift.
Platformliften komen voor als goederenheffers, autoliften, mindervalideliften, woonhuisliften en bouwliften. Goederenheffers zijn niet geschikt voor het verplaatsen van personen.
Autoliften
Rondom de autolift kan de afscherming met hekwerken worden
uitgevoerd, afgestemd op het interieur. De bediening wordt op elk
stopniveau geplaatst en werkt als vasthoudbesturing. Als de lift in
een bouwkundige schacht wordt geplaatst in combinatie met
liftdeuren die voorzien zijn van vergrendeling, is het mogelijk
overnamebesturing toe te passen.
Voor vasthoudbediening zijn de bouwkundige voorzieningen beperkt tot het maken van een sparing in de vloer. Voor overnamebediening moet de schacht van een bouwkundige put en kophoogte worden voorzien.
Een autolift kan als schaarlift of mastlift uitgevoerd worden en vindt zijn toepassing in autoshowrooms, parkeergarages, kantoorpanden en appartementen. Autoliften zijn niet geschikt voor het verplaatsen van personen.
Parkeerliften
Om efficiënter gebruik te maken van de ruimte, kunnen parkeerliften
in parkeergarages worden toegepast, zodat ook de hoogte van de
ruimte wordt gebruikt voor het parkeren van auto’s. Er zijn
mogelijkheden om per parkeerplek een parkeerlift te hebben, waarbij
de lift dus alleen naar boven of beneden beweegt.
Om een complete rij in zijn geheel van een parkeerlift te voorzien, beschikken systemen ook over horizontaal verschuifbare parkeerplekken. Nadat de auto in de parkeerlift gereden is, stapt de bestuurder uit, loopt de parkeerlift uit en zet met een sleutel het systeem in werking. Bij het terughalen van de auto wordt de sleutel gebruikt om de parkeerlift te activeren en wordt de auto op dezelfde plek weer afgeleverd.
Parkeerliften of parkeersystemen worden toegepast in parkeergarages, binnenstedelijke parkeergarages en hotels. De sleutels worden door de beheerder geregeld.
Liftschachten
In de liftschachten mag niets dat niet met de liftinstallatie te
maken heeft, aanwezig zijn. De schacht moet zuiver verticaal
gebouwd worden en zo stevig zijn dat de geleiders van de liftkooi
onwrikbaar bevestigd kunnen worden.
Liftputten
De liftputten worden gedimensioneerd op de kooidiepte. Ook worden
er buffers in aangebracht, als onderdeel van
veiligheidsvoorzieningen. De liftput moet zo diep zijn dat als de
liftkooi onverhoopt naar beneden komt en op de buffers komt te
rusten, een monteur zich daartegen kan bergen. De benodigde diepte
is afhankelijk van de remweg van de liftkooi bij volledige
belasting vanaf de hoogste stopplaats met de maximale snelheid.
Liftsnelheden
De snelheid van de lift wordt in overeenstemming met het doel van
de lift gekozen. Voor een hoge snelheid wordt de hefhoogte gedeeld
door 20 seconden, voor een normale snelheid door 30 seconden en
voor een langzame snelheid gedeeld door 40 seconden. De normale
personenlift in Nederland heeft gewoonlijk een snelheid van 1 tot
1,6 meter per seconde. Bij een snelle lift moet gedacht worden aan
4 tot 10 meter per seconde. In Japan en Taiwan zijn recentelijk liften verwerkt met
een zeer hoge snelheid tot 18 meter per seconde (65 kilometer
per uur).
Bij extreem hoge gebouwen worden liftgroepen vaak opgesplitst. Dit dient dan meerdere doelen, ten eerste om de mensenstroom zo snel mogelijk te verdelen over het gebouw, ten tweede om de overlast bij calamiteiten minder gevoelig te maken (bij een hoog aantal gebruikers is dat zeer wenselijk). Het is mogelijk dat een heel snelle lift alleen op de 10e, 20e, 30e, 40e verdieping stopt en dat je daar over moet stappen op een lift met conventionele snelheid die je bijvoorbeeld naar de 38e verdieping brengt.
Liftdeuren
De kooideuren en de schachtdeuren openen automatisch en
gelijktijdig als de liftkooi de stopplaats heeft bereikt. De lift
vertrekt niet naar de volgende stopplaats als de deuren niet dicht
zijn, ze zijn gekoppeld aan een veiligheidsysteem. Het automatisch
sluiten van de deuren, dat wordt ingesteld om een efficiënter
liftgebruik na te streven, is ook beveiligd mocht er onverhoopt
iemand op het laatste moment de lift in springen, gevolgd door een
aangelijnde hond.
Machinekamer
Voor de aanwezige schakelapparatuur en regelapparatuur is het
belangrijk dat de machinekamer vrij van condensvorming is. In
de winter moet de machinekamer vorstvrij gehouden worden om alle
smeermiddelen niet te koud en te stijf laten worden. De warmte die
door de motor wordt geproduceerd moet via ventilatieopeningen
afgevoerd worden.
Openingen vanuit de machinekamer naar de liftschacht dienen met de vastgestelde toleranties niet groter te zijn dan het doel dat ze dienen.
Veiligheidinstallatie
Een vanginstallatie
verhinderd dat de kooi naar beneden stort bij breuk van de kabels
of riemen of het niet werken van de rem. De snelheid van de lift
bepaald de soort vanginstallatie die toegepast wordt. De
vanginstallatie en de snelheidsbegrenzer worden elektrisch
gecontroleerd door middel van een contact in de veiligheidslijn. De
veiligheidslijn is een seriële schakeling in de elektrische
installatie van de lift die er voor zorgt dat de lift niet kan
vertrekken of tot stilstand wordt gebracht als één van de contacten
in de veiligheidslijn verbroken is.
De vanginstallatie wordt meestal bedient door een snelheidsbegrenzerkabel die vastzit aan de kooi en in de machineruimte over een snelheidsbegrenzerschijf loopt. Als de snelheid van de kooi toeneemt wordt door een pal de snelheidsbegrenzerschijf tot stilstand gebracht, waarna de snelheidsbegrenzerkabel tot stilstand komt. De snelheidsbegrenzerkabel bedient op de kooi een hefboommechanisme waardoor de vanginstallatie de kooi vast zal klemmen op de leiders. Bij indirect aangedreven hydraulische liften en tractieliften liften wordt meestal de vanginstallatie geactiveerd doordat de hijskabels slap worden.
De kooi moet ook tegen omhoog vallen wordt beveiligd. Dit kan bijvoorbeeld door een vanginstallatie die ook in opwaartse richting werkt of een vang op het tegengewicht.
Hydraulische liften
Wanneer de druk in het leidingsysteem van de hydraulische liften
wegvalt, door een lek of leidingbreuk, zou de kooi naar beneden
kunnen vallen. Een veiligheidsventiel dat op de cilinder zit sluit
zich in dat geval direct, waardoor de vloeistof in de cilinder
blijft. Doordat het vloeistofniveau in de cilinder zich dan niet
meer aan kan passen komt de kooi meteen tot stilstand. Wordt er in
plaats van een veiligheidsventiel een smoorventiel toegepast, dan
zakt de kooi heel langzaam onderin de schacht tot het op de buffers
stuit. Bij een rugzaklift, een indirect hydraulische lift met extra
hefkabel, wordt ook de kabel voorzien van een vanginstallatie.
Tractieliften
Als veiligheid wordt doorgaans het contragewicht zo gekozen dat het
anderhalf keer zo groot is als de totaal maximale
kooibelasting.
A
Aanvalsroute: route waarlangs de brandweer het pand
betreedt.
B
Brandcompartiment: bouwfysische veiligheidsbepaling voor
een aaneengesloten ruimte waarin brand kan plaatsvinden.
C
Contragewicht: tegengewicht. Bij liften is dit meestal
anderhalf keer zo groot als de maximale kooibelasting.
H
Hydraulisch: hefsysteem werkt door een toenemende of
afnemende vloeistofdruk in het hefmechanisme.
K
Kophoogte: ruimte bovenin de liftschacht bestemd voor
reparateur.
O
Overnamebesturing: de lift wordt ingeschakeld bij een druk
op de schakelaar.
P
Panoramalift: tractielift met glazen liftkooi.
Plunjer: onderdeel van het hydraulisch liftsysteem
dat beweegt in de cilinder onder invloed van vloeistofdruk.
R
Rugzaklift: andere naam voor indirect hydraulische
lift.
S
Schaar: scharnierend hefsysteem.
Smoorventiel: veiligheidsinstallatie dat de
liftkooi langzaam laat zakken.
Stopniveau: verdieping waarop de lift stopt.
T
Tractie: hefsysteem waarbij kabels of riemen de lift
omhoogtrekken of laten vieren.
Tractieschijf: overbrenger van de kracht van de
aandrijfmotor naar de tractiekabel.
V
Vanginstallatie: veiligheidsinstallatie die in werking
treedt wanneer de lift ongeremd naar beneden komt.
Vasthoudbesturing: de lift werkt alleen wanneer de
schakelaar handmatig ingeschakeld wordt gehouden.
Verblijfsgebied: ruimte die bestemd is voor woon-,
werk of recreatie doeleinden.
Behalve voor liften uit het standaard leveringsprogramma kunt u bij ons te...
Lees verderDe kolomheffer van Aesy Liften type Rol-in. De vervanger voor een hellingb...
Lees verderDe platformlift type Exterieur van Aesy Liften is een buitenlift. De perso...
Lees verderDe Astralift Conver goederenheffer is een lift die speciaal ontwikkeld is ...
Lees verderDe Schindler 5300 personenliften voor kleine bedrijfsgebouwen zijn ge...
Lees verderHet transporteren van goederen naar verschillende niveaus vormt vaak een l...
Lees verderLödige-vloerluikgoederenheffers volgens machinerichtlijn 98/37/EG, be...
Lees verderDe Micro Elevator van EBD Techniek is een heftableau gericht op&...
Lees verderSchaarheftafels worden zeer breed toegepast als hulpmiddel om de werkplek ...
Lees verderNa de platformliften A-5000 en de A-7000 levert Aesy Liften nu ook de type...
Lees verderDe historie van Mitsubishi Elevator Europe gaat terug tot 1951. In dat jaar werd de Eerste Veenendaalse Lift Indus...
Lees verder